Ben je op zoek of opzoek?

Ik kom hem steeds vaker tegen, net weer in een personeelsadvertentie: Ben jij een echte verkooptijger (jeukwoord!)? Dan zijn wij opzoek naar jou!

Hij is voor mij volstrekt onbegrijpelijk: hoe kom je op het idee om ‘opzoek’ aan elkaar te schrijven? Want het is fout. Het genootschap Onze Taal is er duidelijk over: je schrijft ‘opzoek’ alleen aan elkaar in de volgende betekenis: wil je dat ik dat even voor je opzoek?  Ik heb op internet in fora moeten zoeken om enigszins te begrijpen waarom mensen het aan elkaar zouden willen schrijven.

Opzoeken is een werkwoord. Bij het vervoegen wordt het opgedeeld: ik zoek op (je ziet overigens nooit: ik zoekop, maar misschien is dit de goden verzoeken en kom ik die binnenkort ook tegen). Alleen in de bijzinsvolgorde blijven de delen aan elkaar: het woord dat ik opzoek. Kennelijk denken veel mensen dus dat als de woorden achter elkaar staan, je ze ook aan elkaar mag, of zelfs moet, schrijven. Dat is echter niet zo. In het zinsgedeelte ‘ik ben op zoek’ is het stukje ‘op zoek’ helemaal geen werkwoordvervoeging! ‘Zoek’ in ‘op zoek’ is van origine een zelfstandig naamwoord, net als bijvoorbeeld: wij zijn in staat, of jullie gaan op weg. En die worden dus ook niet aan elkaar geschreven. Op een forum kwam ik zelfs tegen dat iemand gesolliciteerd had, in de brief ‘op zoek’ goed had gebruikt, maar tijdens het sollicitatiegesprek erop werd gewezen dat ze het verkeerd geschreven had en dat het dus ‘opzoek’ had moeten zijn! Fout!!

Overigens heb ik een collega die ook vrij creatief kan zijn met taal. Hij schrijft weleens dat iets ‘opbasis van’ is… Dat is nog knapper dan opzoek, want ‘opzoeken’ is tenminste een bestaand werkwoord, ‘opbasissen’ is dat niet! Het kan dus altijd erger, maar toch: probeer het goed te doen, jullie weten nu hoe het moet. Succes!

(Visited 44 times, 1 visits today)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *