Bips of bibs?

Het begon me op te vallen na de aflevering van ‘De Luizenmoeder’ waarin juf Ank het heeft over dat ze een ‘frisse wind door haar voorbips voelt waaien’. Een wonderlijke zin en duidelijk bedoelt om de discussie over de benaming van het vrouwelijk geslachtsdeel bij kinderen weer eens flink aan te zwengelen. Dat lukte. Daarna kwam het in veel berichtgeving voor en verscheen de variant ‘bibs’. Waarom? Vaak worden woorden eenvoudiger opgeschreven dan zou moeten, maar hier maken we het ons ineens onnodig moeilijk. Het is gewoon bips , met een p.

Bips is een wonderlijk woord. Het bekent natuurlijk gewoon ‘billen’, maar dan wat speelser en liever. Je zegt nooit dat iemand een dikke bips heeft, want dan heeft hij (of zij) gewoon een kont (of reet). Die woorden zijn dus grover. Tegen kleuters in een klas zou je zeggen: ‘ga maar op je bips zitten’. Je zegt dan niet ‘gaan jullie eens op je reet zitten’. Zo zijn er meer woorden te verzinnen voor de billen, zoals achterste, zitvlak of achterwerk. Dan is er nog het woord ‘toges’, wat voor mijn gevoel vooral in en rond Amsterdam gebruikt wordt en een Hebreeuwse herkomst heeft.

De voorbips, of voorbillen. Tja, wat moet je ervan zeggen? Het is een zeer ongelukkige poging om één van de normale benamingen voor het vrouwelijk geslachtsdeel bij kinderen te gebruiken. Veel mensen vinden de gewone benaming ervoor kennelijk te confronterend, te heftig of te seksueel en gaan op zoek naar een onschuldige variant. Bips is heel onschuldig voor billen, dus, tadaa, daar was het woord voorbips geboren. Wat natuurlijk raar is. Je noemt je buik ook niet je voorrug.

(Visited 17 times, 1 visits today)

3 reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *