Watervallen, Vík en kans op noorderlicht

Maandag. De voorspellingen voor het weer zijn goed: een graad of acht en zonnig. Vandaag rijden we van Hella naar Vik en weer terug naar Hella. We gaan een paar fossen bezoeken (foss is het IJslandse woord voor waterval) en natuurlijk Vík, met de beroemde zwarte stranden. Dankzij het tijdverschil met Nederland, twee uur, is het niet moeilijk om redelijk vroeg te vertrekken.

We rijden over de vlakte richting het oosten, waar er in de verte een bergwand opdoemt en als we dichterbij komen, zien we een grote waterval met ernaast nog wat kleinere watervallen. Voor

ons rijdt een bus en die slaat af richting de waterval, de richting die wij ook op gaan. Het is de waterval Seljalandsfoss, de beroemde waterval waar je achterlangs kunt lopen. Door het opspattende water is het wel aan te raden regenkleding te dragen. Een bijzondere ervaring. We lopen nog een stuk het pad op en bewonderen de kleinere watervallen en het uitzicht. In de verte schijnt de zon op de bergen, een enkel huisje staat in het landschap  (zie eerste foto van dit blog). Wat is IJsland toch een fotogeniek land!

We rijden verder naar Skogafoss, die we ook vanaf de weg zien liggen. Als we erheen lopen gaat de zon schijnen, wat zorgt voor een prachtige regenboog naast de foss, het ziet er bijna gephotoshopt uit, maar zo was het echt. Naast de waterval is tegen de berghelling een trap en die beklimmen we. Mijn dochter, de sportster, is allang boven als ik nog onderweg ben. Af en toe moet ik even uitpuffen. Een Engelse vrouw van mijn leeftijd stopt ook af en toe, met de mededeling ‘I have to catch my breath’, en zo doen we dat om beurten, dan haalt ze mij weer in terwijl ik sta uit te puffen en daarna ik haar weer. Boven is het uitzicht ook prachtig en je kunt nog een hele wandeling de berg op maken, maar dat doen we niet. We dalen de berg weer af en reizen verder, richting Vík.

Eerst gaan we naar Dyrhólaey (deurgat), wat een uitzichtpunt blijkt te zijn. We moeten van de geasfalteerde weg af en rijden een stuk op een grindweg. Mijn dochter moppert wat over de kwaliteit van de weg, zij rijdt en ter geruststelling wijs ik naar de heuvel, waartegen ook auto’s rijden, zo van: hier valt het nog mee. Haar antwoord? “Waar denk je dat deze weg heen gaat?” Tja, dat is ook zo. Een paar haarspeldbochten volgen, met tegenligger, maar uiteindelijk bereiken we de top. We staan op een klif met uitzicht over de oceaan en links en rechts over de stranden. De klif waar we op staan heeft een soort deurgatopening in de zee. Prachtig! Het waait er uiteraard behoorlijk. Het is leuk om te kijken naar de meeuwen die spelen met de wind die vanaf de oceaan tegen de klif aan beukt. Ze laten zich erop meevoeren, maken duikvluchten en af en toe een salto.

Op weg naar Vík. We bezoeken de souvenirwinkel, waar ook IJslandse truien te koop zijn. Ze zijn mooi, maar wel duur. Ze worden met de hand gebreid en als je die uren gaat optellen, zijn ze eigenlijk goedkoop. We besluiten het toch maar niet te doen. Ik met mijn kantoorbaan, wanneer kan ik zo’n trui dragen? Tijd om het zwarte strand van Vík te bezoeken. Het zwarte zand ligt vol met ronde zwarte steentjes en heel gladde, platte stenen, gepolijst door de golven. Het is er prachtig. We rijden terug en bezoeken het beroemde strand Reynisfjara, het gevaarlijkste strand van Europa. Hier komen sneakerwaves voor die je erg kunnen verrassen. Een aantal jaren geleden is er een Chinese toerist gegrepen door een sneakerwave toen hij met zijn rug naar het strand stond, hij overleefde het niet. Dit strand heeft ook de aparte zuilenachtige rotsen. Het zonnetje scheen, het was er heerlijk. Toen we er aankwamen, was het niet heel druk, maar dat veranderde al snel. De toeristenbussen rijden hier af en aan. We hebben een tijdje staan kijken naar de golven. De golven die puntig en rollend het strand op komen, zijn niet de gevaarlijkste. Dat zijn de golven die ogenschijnlijk heel rustig zijn, maar ineens verrassend ver doorrollen. Verschillende toeristen werden erdoor overvallen en moesten het bekopen met natte voeten en een natte broek.

Toen weer terug naar Hella. Mijn dochter vond het prettig om te rijden en ik vond het heerlijk ernaast te zitten en naar het landschap te kijken en foto’s te maken. We waren weer redelijk op tijd in het guesthouse, waar ook die avond geen andere gasten aankwamen. De verwachtingen voor het noorderlicht waren goed, het beste rond negen uur ’s avonds. Tegen die tijd waren de verwachtingen al behoorlijk bijgesteld, maar ik ging toch maar, gewapend met mijn Canon, naar buiten. Helaas was er niets te zien, jammer, geen noorderlicht. Deze dag had de hoogste kans op noorderlicht in de periode van ons verblijf, dus de kans dat het op andere dagen ineens wel zou lukken, was klein.

(Visited 47 times, 1 visits today)

Eén reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *