Zomaar een dag in de zomer van 2030

Ik kijk op als ik het geroep van kinderstemmetjes hoor. “Oma oma”. Als ik opsta, storten ze zich alledrie in mijn armen. “Oma, gaan we plukken?” Ik weet wat er gaat komen en ik lach. “Tuurlijk!” Iedere keer hetzelfde ritueel en ik geniet van de rijkdom terwijl we naar de kas lopen. Wat heerlijk om die kleintjes zo vaak bij me te hebben en wat heerlijk dat ze opgroeien tussen het groen, dat ze zien hoe groenten groeien. En fruit natuurlijk. Ze zijn langs de aardbeienbak gelopen en hebben daar gesnoept, zie ik. Het sap zit rond hun monden en op hun handen. Ik doe de deur van de kas open. De warmte slaat ons tegemoet. Ik besluit de deur maar even open te laten, het kan ook te warm worden. Tussen een wirwar van bladeren zoeken de kinderen naar de snackkomkommers. “Deze is goed oma”. De oudste weet al wanneer er geoogst kan worden en wanneer nog niet. Ik controleer of ze gelijk heeft en knip de minikomkommer los. Mijn ogen speuren naar in ieder geval nog twee rijpe komkommertjes, anders krijg je scheve gezichten. De aandacht van het broertje is inmiddels getrokken door de paprika’s, die rood beginnen te kleuren. 

Ik ben dankbaar voor de uitkomst van die zware jaren. Dankbaar voor dit boerderijtje. Dankbaar dat al mijn geliefden nog bij me zijn na de crisis die zo’n tien jaar geleden begon. De wereldwijde coup die de burgers wilde dwingen in een controlemaatschappij. Even leek het te lukken, totdat de meerderheid uiteindelijk het plan doorzag. Toen was er al veel leed geleden en waren er al veel onnodige doden gevallen helaas. Wat een chaos. En wat een leed door ruzies binnen families, vriendengroepen, buurten, verenigingen, de polarisatie. Sommige relaties konden hersteld worden, maar de littekens bleven zichtbaar. 

Het leven is anders nu, simpeler, minder gejaagd. Minder ‘schermen’, meer natuur. We leven op de boerderij waar ik een grote moestuin en boomgaard heb die ons in principe van eten voorziet. Als je hebt meegemaakt dat de winkels leeg zijn, of niet voor jou toegankelijk, wil je niet meer afhankelijk zijn. Op onze grond hebben we drie tiny houses neergezet. Daar hebben verschillende van onze kinderen voor langere of kortere tijd gewoond. We noemden het gekscherend onze ‘familiesekte’. Twee zijn er nu nog bezet. De derde is er nu voor bezoek dat blijft logeren. Onze gelijkgestemde vrienden wonen niet allemaal even dichtbij. In de crisis zijn vele vriendschappen diep geworteld, we hadden een gezamenlijk doel, waren op elkaar aangewezen. Bijzondere contacten zijn het nu. 

“Oma!” Kennelijk reageerde ik niet snel genoeg, er wordt aan mijn shirt getrokken. Ik til het kleine mannetje op en loop naar de schommelstoel. Ik kijk tevreden naar mijn kleinkinderen. Dankbaar dat zij niet weten wat een mondkapje is. Over wat de QR maatschappij was of had moeten worden, zullen ze op school wel horen, ooit. Dan is het vroeg genoeg. Nu hoeven ze niets te weten van de strijd die wij volwassenen geleverd hebben. De strijd om mens te mogen blijven. Een mens dat beschikt over zijn eigen lichaam en lot. Een mens, geen QR code, geen machine. In de verte zie ik mijn man aan komen lopen, de oudste heeft hem ook gezien en rent op hem af. Met één kleinkind op de arm en de andere in mijn kielzog, loop ik hem tegemoet. Het leven is goed.

(Visited 296 times, 1 visits today)

Eén reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *