Mijn ‘andere’ oma

Net zoals iedereen, heb ik twee oma’s. Mijn oma van moeders kant is al vijf jaar voor mijn geboorte overleden. Mijn oma van mijn vaders kant overleed toen ik 21 jaar oud was. Toch is deze oma niet echt een oma voor mij geweest. Deze oma was een zeer beschadigde vrouw, verbitterd door het leven dat niet liep zoals zij gewild had. En in plaats van er het beste van te maken, heeft ze eigenlijk de hele familie uit elkaar gedreven. Toch blijft ze mijn oma en blijf je erover nadenken wat voor vrouw zij was en hoe zij zo is geworden.

Cornelia Theodora Meijer werd geboren op 18 december 1916 als vierde kind in het gezin. Ze had twee oudere zusjes en een broertje dat maar 1 maand oud was geworden. Het zusje boven haar overleed op 4-jarige leeftijd in 1920. Na Corrie, zoals haar roepnaam was, werden er in vier jaar tijd nog vier kinderen geboren, waaronder een tweeling waarvan er één overleed. In februari 1921 werd het jongste zusje geboren, Anna Adriana, dezelfde naam als haar oudere zus die een half jaar daarvoor was overleden. Haar moeder overleed 15 dagen later in het kraambed. Het gezin werd uit elkaar gehaald en Corrie groeide op op de boerderij van haar oom. Een makkelijke jeugd zal ze niet gehad hebben na al deze heftige gebeurtenissen.

In 1943 trouwde ze met Willem Smet. En echt heel gelukkig huwelijk was het niet. Toen haar man op sterven lag, in 1977, heeft ze tegen haar zoon gezegd dat ze nooit van hem gehouden had. Het was ’s avonds laat, ze ging naar huis vanuit het ziekenhuis en ze hoefde niet gebeld te worden als hij ’s nachts zou overlijden, dat hoorde ze dan de volgende ochtend wel. Ze heeft ook weleens gezegd dat ze nooit kinderen had willen hebben.

Uit de verhalen heb ik begrepen dat ze het leven met haar eerste twee kinderen toch wel prettig vond, er zijn ook diverse foto’s uit die periode. In mei 1944 kreeg ze haar eerste kind, een zoon die Kees genoemd werd, vermoedelijk vernoemd naar de jong overleden broer van Willem. Bijna twee jaar later werd weer een zoon geboren, Willem, vernoemd naar zijn vader. Willem is altijd haar lievelingskind gebleven. Hij trouwde met een Zuid-Afrikaanse en emigreerde naar Zuid-Afrika waar zij hem een paar keer heeft opgezocht.

Een jaar na haar tweede kind was ze weer zwanger en was haar buik erg groot, een tweeling werd vermoed. Ongeveer drie maanden voor de uitgerekende datum kwamen, binnen twee uur tijd, drie baby’s, alledrie jongens, ter wereld. Ze hebben wel even in een couveuse gelegen, maar waren alledrie gezond. Toch wel een wondertje, zo in 1947. En zo hadden mijn opa en oma ineens vijf kinderen, waarvan de oudste nog drie jaar moest worden, allemaal jongens. Wat betreft de namen van de drieling is er nog iets bijzonders aan de hand. Mijn vader is de oudste van de drieling, zijn namen komen beiden niet voor in de familiestamboom. Helaas is het onwaarschijnlijk dat ik er nog eens achter kom waar zijn namen vandaan komen. Mijn oma schijnt nog weleens gezegd te hebben dat één van de drieling Anthonius had moeten heten, naar haar eigen vader. Één van de andere drielingbroers heeft deze naam als tweede naam. Hij is met zijn roepnaam vernoemd naar de lievelingsbroer van mijn oma. Maar ook de opa van vaders kant is niet vernoemd, tenminste, niet met zijn eerste naam. De andere drielingbroer heeft zijn tweede naam als eerste naam. Als tweede naam heeft hij ook een naam gekregen die wel in de familie voorkomt. Wellicht dat ze in de consternatie na de geboorte van de drieling wat onhandig hebben zitten husselen met de namen, of ze hadden er twee klaarliggen en hebben die van mijn vader ter plekke bedacht. 

De pastoor kwam na enige tijd langs en zei: “en nu nog een meisje”, mijn oma heeft hem zowat de trap af gegooid. Ik denk niet dat mijn opa ooit nog dichterbij dan een meter van zijn vrouw heeft mogen komen!

Mijn oma had zwaar de pest in, ze had geen kinderen gewild en nu was ze eronder bedolven, ze vond het vreselijk. Mijn opa schijnt wel een zachtaardige man te zijn geweest, maar kon duidelijk niet tegen zijn vrouw op en zweeg dus maar. Mijn vader heeft hem diverse keren stilletjes zien huilen aan het aanrecht. Mijn oma’s leven ging dus niet zoals ze het graag gewild had. Ze uitte dit door het anderen ook zo moeilijk mogelijk te maken. De huisarts zei, toen mijn vader een jaar of 9 was: ‘doe de lastigste maar weg’, en zo werd mijn vader gepaaid met een treinreisje en werd naar een kindertehuis gebracht. Tegen zijn broers werd niet verteld waar hij was gebleven en ook de andere twee van de drieling werden zoveel mogelijk uitbesteed, familie, de slager, de bakker, wie ze maar een paar dagen wilde hebben, mocht ze meenemen. Mijn vader werd als pleegkind geplaatst in een katholiek gezin dat al elf kinderen rijk was en heeft daar een aantal jaren gewoond. Toen hij ging werken, mocht hij weer thuis komen wonen, zodat hij zijn salaris in kon leveren en een klein zakgeld ervoor in de plaats kreeg. 

Mijn moeder vertelt regelmatig het verhaal van haar eerste kerst bij mijn vader thuis. Ze was nogal onder de indruk van al die mannen aan tafel, ze had zelf maar één zus. Er stond konijn op het menu en mijn moeder kreeg een karkas zonder vlees op haar bord. Dit deed mijn oma puur om te pesten, ze was er nooit op uit om het gezellig te maken. Na het eten vroeg ze, mijn oma dus, of iemand zin had in een vlaflip. Uit beleefdheid zei iedereen dat ze niet hoefden en toen ging ze een monstervlaflip voor zichzelf maken en ging die rustig opeten terwijl iedereen toekeek. 

Later, toen ik een baby was, vatten mijn moeder en haar schoonzus het plan op om met mij en mijn nichtje, die ook een baby was, bij hun schoonmoeder op bezoek te gaan. Niemand had telefoon in die tijd, dus het waren spontane bezoekjes. Best een hele reis met twee baby’s en we woonden ook niet in dezelfde stad. Toen ze voor de deur stonden bij oma, zei die: “o nee he, jullie hier, daar heb ik nou helemaal geen zin in, het komt niet uit hoor”, en we kwamen ook niet binnen. Onverrichterzake keerden we huiswaarts. Dit soort incidenten is schering en inslag bij mijn oma, ze is er nooit op uit geweest om het gezellig te hebben. 

Ooit kreeg ik voor mijn verjaardag van haar een sprookjeslangspeelplaat, die ik wel veel gedraaid heb, maar ze heeft ook weleens beneden in het trappenhuis gestaan op mijn verjaardag terwijl ze al riep: ‘ik heb geen kadootje hoor!’ Toen mijn zusje op eerste kerstdag ter wereld kwam, zei ze: ‘had je dat niet even op kunnen houden, nu kan ik hier ieder jaar een begrafenismaal komen zitten eten’. Tja, een bevalling hou je rustig twee dagen tegen natuurlijk! 

Voor eerder stamboomonderzoek heb ik weleens familieleden benaderd, neven van mijn vader en die vertelden dan ook heel voorzichtig dat mijn oma niet bepaald een vriendelijke vrouw was. Tja. Begin jaren 80 kregen wij een briefkaart van mijn oma waarin zij schreef geen prijs meer te stellen op ons bezoek, ze wilde rust. Voor mijn ouders was het toen wel klaar, dan hoefden ze het ook niet meer te proberen. We hebben haar nooit meer gezien. Ze is begin 1993 overleden en we zijn ook niet bij de begrafenis geweest. Mijn opa’s zijn in 1976 en 1977 overleden en mijn oma in 1966, dus zij is met afstand de oudste geworden van mijn grootouders.

Mijn oma heeft eraan bijgedragen dat de contacten tussen de vijf de broers niet heel goed waren. De oudste is jong overleden, de tweede woonde in Zuid-Afrika. Misschien waren de contacten ook lastiger omdat het allemaal jongens waren, ik heb altijd het idee dat meisjes meer contact met elkaar zouden houden. Met twee nichtjes ben ik wel echt opgegroeid, wij kwamen bij elkaar op verjaardagen en ik logeerde bijna iedere vakantie bij mijn ene nichtje. Een paar jaar geleden hebben we een reünie gehouden met alle kinderen van de drieling. Één nichtje had ik zelfs nog nooit gezien! Het was een bijzonder weerzien. Ik en mijn nichtje zijn de oudsten en wij hebben alle familieverhalen dus het bewustst meegekregen. Die eerste keer hebben we vooral veel verhalen uitgewisseld, hoe werd het bij jullie thuis gebracht, hoe hebben jullie het beleefd? Bloed kruipt waar het niet gaan kan en we voelden allemaal de familieband, bijzonder is dat toch! En het was ook een overwinning: wij zijn in staat gebleken om goed contact met elkaar te hebben! Ik ben dankbaar voor deze ontmoetingen en ben blij met de personen die mijn nichtjes en neef zijn. Wij delen met zijn allen deze bijzondere, niet zo positieve, familiegeschiedenis, maar kunnen het achter ons laten en wel genieten van het feit dat we familie zijn!

(Visited 103 times, 1 visits today)

Eén reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *