Mijn overgrootmoeder, Margaretha Oudshoorn

Margaretha Oudshoorn is mijn overgrootmoeder, de moeder van mijn opa van moeder’s kant. Margaretha, of Griet, werd geboren op 6 september 1881 in Ouder-Amstel, als vijfde kind en enige dochter van Jan Oudshoorn en Johanna Hoetmer. Ze werd vernoemd naar haar oma van vader’s kant, de jong overleden Margaretha Hoetmer. Zij overleed in het kraambed op 32-jarige leeftijd. Het kind waar zij van bevallen was, was haar vierde kind, een dochter die ook Margaretha Oudshoorn heette. Dit meisje overleed tien weken later. Het was dus best een beladen naam. Margaretha’s moeder was Johanna Hoetmer. Haar vader was een broer van de Margaretha Hoetmer waar ik het net over had. Zij waren kinderen van Jacob Hoetmer en Maria van Veeren. Dit echtpaar was dus via twee van hun kinderen de overgrootouders van onze Margaretha Oudshoorn.

genealogie

Margaretha was dus de enige dochter. Haar broer Jan was ruim een jaar voordat Margaretha werd geboren, overleden. In 1885 werd er weer een zoon Jan geboren. Ook deze Jan werd niet oud, hij overleed in 1897, ongeveer twaalf jaar oud. Margaretha groeide dus op met drie oudere broers, Maarten, Jacob en Johannes. Haar oudste broer was tien jaar

ouder dan zij was en trouwde in 1892. Haar moeder overleed in 1898 op 58-jarige leeftijd.

Margaretha trouwde op 30 oktober 1903 in Nederhorst den Berg met Hendrik Matthezing, die bij hun huwelijk kleerbleker was. . In Nederhorst den Berg waren destijds veel wasserijen, daar zal hij gewerkt hebben. Hendrik was vier jaar ouder dan Margaretha, ze gingen in Nederhorst den Berg wonen. Tien maanden later werd dochter Dorothea Mina geboren, vernoemd naar Hendrik’s moeder. Daarna volgden drie jongens, Jan, Hendrik en Maarten en daarna weer een dochter, Catharina Maria. Daarna volgden twee jongens, Jacob en Johannes, mijn opa. Daarna kwamen Johanna en Arie en in 1923 de jongste, David. Hij overleed na drie maanden. Margaretha’s echtgenoot, Hendrik Matthezing, overleed plotseling op de leeftijd van 58 jaar in 1935 aan hartproblemen.

Margaretha Oudshoorn is de oma van mijn moeder. Mijn opa is het zevende kind. Veel van de kleindochters van Margaretha Oudshoorn zijn naar haar vernoemd, zoals dat traditiegetrouw ging in die tijd. Zo ook de oudere zus van mijn moeder. Margaretha Oudshoorn vond dit vernoemen erg belangrijk, de ‘Greten’, kleindochters die Greet heetten, werden anders behandeld dan de andere kleinkinderen, ze hadden een streepje voor. Mijn moeder was vernoemd naar de andere oma, en die maakte geen onderscheid in kleinkinderen, bovendien had die maar twee kleindochters: mijn moeder en haar zus. Oma Oudshoorn was ooit gevallen op haar vinger en had daarbij een pees doorgesneden, waardoor de vinger krom stond, en mijn moeder vertelde dan dat haar oma met die kromme vinger naar haar wees en zei: “Ga jij maar naar je eigen oma”.

De Greten kregen een mooier kado voor hun verjaardag bijvoorbeeld. Mijn tante kreeg eens een fles parfum en mijn moeder verheugde zich daarna het hele jaar op haar verjaardag, vast en zeker zou zij ook zo’n mooie fles krijgen! Groot was de teleurstelling toen mijn moeder voor haar verjaardag een pakje vruchtenkoekjes kreeg, die zij bovendien niet helemaal zelf op mocht eten, maar die gewoon in de koektrommel verdwenen. Mijn moeder vond het zeer onrechtvaardig. Mijn tante herinnert dit zich niet zo scherp, wat wellicht te begrijpen is. Mijn moeder was veertien jaar oud toen deze oma overleed. Tegen haar vader zei ze dat ze dat helemaal niet erg vond, ze vond die oma toch helemaal niet aardig. In die tijd, 1961, kon je dan wel rekenen op een draai om je oren als je zoiets zei over een net overleden oma, maar mijn opa zei er niets van, kennelijk begreep hij wel hoe zijn dochter zich voelde.

Mijn tante herinnert zich haar oma als een mannelijke vrouw, ze hield geiten en vond de moestuin belangrijker dan haar huis. Ze was ook niet echt een prater. Als mijn oma soep maakte voor mijn opa, haar zoon, als hij ziek was, vond ze dat maar onzin, dat vond ze geen eten. “Joop moest vet in zijn donder hebben”, vond ze. Als ze jarig was had ze gebakjes van de bakker in een houten kist, een bijzonderheid. Een aantal van haar kleindochters hebben een ‘baantje’ bij haar gehad in de huishouding op zaterdagochtend. Het loon was twee kwartjes en een rolletje drop. Ze had last van aangezichtspijnen en dan zat ze te trillen in haar stoel.

Ze overleed op 25 september 1961 in Hilversum, ze werd tachtig jaar.

(Visited 62 times, 1 visits today)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *