Paaseitjes in augustus

dit blog is geschreven in augustus 2019

Een kwartaal alweer. Drie maanden. 92 dagen.

Zo lang is het geleden dat mijn moeder overleed. Zo kort is het geleden dat ze overleed. Aan de ene kant lijkt het gisteren, aan de andere kant is er alweer zoveel gebeurd. Haar huis is leeg, de sleutel ingeleverd, alweer weken geleden. Ik ben op vakantie geweest, heb een zomer lang genoten van onze tuin, die we hebben aangepast naar onze wensen.

Ik ben niet heel erg overstuur geweest, heb niet dagen in bed liggen huilen, ik voel me niet somber. Gek is dat toch. Lang heb ik gedacht dat mijn leven zou instorten als mijn moeder er niet meer zou zijn. Ze was er altijd. Niet dat ik haar dagelijks sprak. Ik belde haar eens in de twee, drie weken. Maar altijd was ze er met een luisterend oor en ook schuwde ze het niet kritiek te leveren als ze dat nodig vond. Ze hield zielsveel van mij en van mijn zus, voor haar meiden ging ze door het vuur.

De laatste twee jaar merkte ik dat ze achteruit ging. Haar wil te herstellen van haar ziekte eiste veel energie op. Ooit kon ik met alles bij haar terecht, mijn zorgen, mijn gedachtes, gewoon mijn mening met haar delen, filosoferen. Dat was de laatste twee jaar minder. Ik merkte dat ik niet meer alles vertelde, ze zat zo vol met haar eigen verhaal, dat je er vaak ook niet tussen kwam. Komt het daardoor dat ik haar minder mis dan ik had verwacht?

Af en toe schiet het door mijn hoofd: als ik haar spreek, moet ik haar dat even vertellen, moet ik haar dat even vragen. Een honderdste seconde duurt zo’n gedachte, want meteen weet je: het kan niet meer. Soms heb ik tranen, de ene keer een paar, soms wat meer, een enkele keer een zakdoek vol.

Ik heb er vrede mee. Met hoe het is gegaan, de schoonheid van het afscheid, het strijden is voorbij, de rust van het mogen vertrekken. Maar toch missen we haar. Ik word de hele zomer al omgeven door witte vlinders, haar voertuigjes. We gingen op vakantie, geen vlinder te zien die ochtend. Toen we er aankwamen, bleek er een moestuin bij het huisje te zijn waarin de hele week witte vlinders waren. Onderweg zag ik ze in de berm, toen we naar huis reden, begroette ze ons bij de Nederlandse grens. Een paar jaar geleden was ik met haar en mijn dochters in het zelfde gebied in Duitsland en zei ze, toen we weer vlak bij de Nederlandse grens waren: “Hè, toch wel weer fijn, Hollandse plaatsnamen op de borden!”

Toen we weer thuis waren en met de tuin bezig waren, kwam ze langs op haar vlinder en toen het af was, zat er een vlinder een uur lang in een plant, ze was even rustig aan het rondkijken. Op de begraafplaats, niet bij haar graf, maar als we teruglopen, de witte vlinder laat weten dat ze ons gezien heeft. De laatste keer dat we bij haar graf waren, zei ik: “Ik hoef je geen gedag te zeggen, je bent toch overal bij”. Zo is het ook, ze is overal bij. Zoals van de week bij de eerste wedstrijd van mijn neefje: een complete regenboog had ze opgetuigd om te laten weten dat ze van de partij was!

Die signalen van de natuur, ze geven troost, al is het maar een klein beetje. Hoe moet dat straks, als het vlinderseizoen voorbij is? Hoe laat ze me dan weten dat ze er is? Ik ben benieuwd, want ik heb er het volste vertrouwen in dat ze een weg zal vinden om haar meiden te laten weten dat ze er bij is, zo lang wij dat nodig hebben.

Ik kan niet meer even bij haar langs, een kopje thee drinken, met paaseitjes, die ze altijd wel kocht, maar ze was niet zo gek op chocola, dus die gingen niet zo snel op. De laatste zak paaseitjes had ik mee naar huis genomen en heb ik laatst opgegeten. Paaseitjes in augustus.

(Visited 17 times, 1 visits today)

Eén reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *