Jaren 90: Robert is 24 jaar, hij staat sinds zijn achttiende ingeschreven bij de woningbouw. Tot nu toe heeft hij nog ‘thuis’ gewoond, bij zijn moeder. Die heeft kort geleden aangekondigd dat ze wil gaan samenwonen met haar nieuwe partner. Robert vindt dat een mooi moment om op zichzelf te gaan wonen. Hij verandert zijn status bij de woningbouw van ‘wil nog niet in aanmerking komen’, naar ‘ja, ik wil graag in aanmerking komen voor een woning’. Omdat hij al zes jaar staat ingeschreven, staat hij direct bovenaan de lijst en krijgt hij binnen een maand een flat aangeboden.
Saskia woont bij haar ouders, ze is 23 jaar. Ze werkt sinds een paar jaar en is lekker aan het sparen. Ze heeft geen vriend. In het weekend gaat ze uit en ze is het eigenlijk een beetje zat dat ze tegen haar ouders moet zeggen waar ze heen is en hoe laat ze thuis is, ze heeft behoefte aan meer privacy. Ze besluit dat ze wel in aanmerking wil komen voor een eigen plekje. Binnen drie maanden vindt ze dat plekje.
Nu: Robert en Saskia vonden elkaar uiteindelijk, trouwden en stichtten een gezin. Rick en Denise zijn hun kinderen. Rick is 28. Sinds drie jaar heeft hij een stabiele baan. Op zijn achttiende schreef hij zich in bij de woningbouw. Toen hij op zijn 24ste wel op zichzelf wilde gaan wonen, bleek hij bij iedere woning meer dan honderd anderen voor zich te hebben. Toen hij 26 werd, kwam hij niet meer in aanmerking voor een jongerenwoning en werd de rij wachtenden voor hem nog veel langer. Inmiddels verdient hij te veel voor een sociale huurwoning. Voor een vrije sector huurwoning verdient hij weer te weinig. Omdat hij alleen is, is kopen ook buiten zijn bereik.
Denise is 26, heeft een vriend, Jasper, en een leuke baan. Ze willen wel gaan samenwonen, maar lopen tegen dezelfde problemen aan als Rick. Samen verdienen ze te veel voor een appartement, een eengezinswoning krijgen ze niet met z’n tweeën en een woning kopen is nu niet binnen bereik, daarvoor zullen ze nog een paar jaar heel hard moeten sparen. Rick is een paar nachten per week bij Denise en de andere nachten is Denise bij Rick.
Saskia werkt drie dagen in de week. Robert werkt fulltime. De huiselijke planning komt bijna automatisch op de schouders van Saskia terecht. Robert moet om 8 uur ‘s morgens de deur uit, Saskia op dagen dat ze werkt om half 8. Rick vertrekt om kwart over zeven. Denise gaat, als ze bij haar ouders is, om kwart voor acht de deur uit en Jasper, haar vriend, moet uiterlijk half 8 weg om op tijd op zijn werk te zijn. Saskia probeert zo goed en zo kwaad mogelijk met iedereen te overleggen hoe laat ze zich kunnen douchen en probeert te voorkomen dat iedereen tegelijkertijd in de keuken staat. De één ontbijt graag eerst, de ander doucht eerst. Iedereen moet zich aanpassen. ‘s Avonds hetzelfde. Wie eet er thuis en hoe laat? Op zaterdagavond gaan Denise en Jasper vaak uit, slapen ze dan hier of bij zijn ouders? Hetzelfde geldt voor Rick. Saskia wil toch graag weten wie er wel en niet thuis moet komen. Tegelijkertijd wil ze eigenlijk helemaal niet meer weten wat haar kinderen in hun vrije tijd uitvoeren, waar ze heen gaan en tot hoe laat. Ze wil op zondagochtend wel eens gezellig uitgebreid met haar man ontbijten, gewoon alleen zij samen. Maar ze zijn bijna nooit samen thuis. Ze zou wel eens spontaan een weekendje weg willen zonder extra boodschappen te moeten doen voor de thuisblijvers, of gewoon spontaan besluiten om samen uit eten te gaan.
Soms lopen de irritaties best op, terwijl ze toch allemaal erg veel van elkaar houden. Rick stoort zich eraan als zijn vader op zondag meldt dat hij wakker werd omdat hij tegen de ochtend net iets te luidruchtig thuiskwam. Het irriteert hem nog meer als zijn moeder vraagt waar hij is geweest en bij wie, als hij een nachtje bij een meisje blijft slapen. Robert stoort zich eraan dat hij wéér wakker werd omdat zijn zoon het vertikt stil te doen in het holst van de nacht. Denise houdt heel goed in de gaten dat haar ouders zich niet ergeren aan de net iets andere gewoontes van haar vriend. Ze vindt het heel vervelend dat ze nauwelijks nog een ‘thuis’ heeft. Of ze is met Jasper bij haar ouders, in haar slaapkamer of beneden met degenen die ook thuis zijn, of ze zijn bij zijn ouders, wat ook niet haar thuis is en waar nog een jongere broer en zus zijn. Ze zou zo graag een klein flatje hebben dat gewoon van hun saampjes is.
Saskia houdt veel van haar kinderen, maar is het zorgen en het plannen moe. Wie zit er allemaal wel of niet goed in hun vel, wie stoort zich aan wie? Kookt ze voor vijf personen omdat iedereen thuis zou zijn, haken Denise en haar vriend ineens weer af en blijft ze met eten zitten. Dan weer gaat Rick sporten, komt een vriend tegen en gaat daar een hapje mee eten of komt niet meer thuis terwijl hij dat wel had afgesproken. Ze is er, na al die jaren zorgen, aan toe om zich alleen nog druk te maken over zichzelf en Robert.
De personages in dit blog zijn uiteraard gefingeerd. Ik hoor om me heen echter steeds vaker verhalen die lijken op die van het gezin uit dit blog. En ik zie geen uitweg. Vijftien jaar wachten op een woning, betekent dat jongeren soms tot ver in hun volwassen leven thuis moeten blijven wonen, terwijl ze hun vleugels uit willen slaan, een heel natuurlijk gevoel. Vrijheid, een eigen leven bouwen. Het betekent ook dat ze hun eigen gezin uit zullen stellen. Voor de ouders is het eveneens moeilijk. Waar vroeger kinderen op hun moment de deur uit gingen, of dat deden na een duwtje in de rug, of als er irritaties begonnen te komen, is die keuze er nu niet. En ouders hebben ook hun eigen leven. Ook zij zijn er op een gegeven moment aan toe dat hun kroost uitvliegt, ze komen ook in een volgende levensfase waarin ze minder willen zorgen en zich meer willen richten op zichzelf, elkaar en genieten van het leven.
Ik ben ook bang dat het betekent dat de onderlinge verhoudingen op het spel komen te staan, ook in gezinnen waar iedereen veel van elkaar houdt. Er komen kleine irritaties, die hier en daar weggedrukt worden omdat iedereen weet dat de situatie niet snel zal veranderen en dat niemand schuld heeft aan diezelfde situatie. Maar het kan ook ineens hoog opspelen en de verhoudingen misschien wel voor altijd of langere tijd beschadigen.
Een huis is meer dan een dak boven je hoofd. Het is de plek waar je je eigen leven kunt opbouwen, waar je samen met een partner je eigen gewoontes ontwikkelt en waar je zelf bepaalt hoe je je dagen indeelt. Het is ook de plek waar je als ouder je kinderen ziet opgroeien, ze uiteindelijk ziet uitvliegen en zelf weer ruimte krijgt voor een volgende fase in je leven.
Voor Robert en Saskia was het vanzelfsprekend dat die fases elkaar opvolgden. Eerst thuis wonen, daarna zelfstandig worden, een eigen gezin stichten en uiteindelijk weer wat meer ruimte krijgen voor jezelf. Voor Rick en Denise is dat niet meer vanzelfsprekend. Ze zijn volwassen, werken, hebben relaties en willen hun eigen leven vormgeven. Maar de ruimte om dat daadwerkelijk te doen ontbreekt. En dus blijven ouders en kinderen noodgedwongen samen in een levensfase die voor alle partijen eigenlijk voorbij is. Niet omdat ze niet van elkaar houden, maar omdat ze nergens anders heen kunnen.
Misschien moeten we ons eens wat vaker afvragen wat het betekent als een hele generatie niet meer op eigen benen kan gaan staan wanneer ze daar klaar voor is. En wat het betekent voor de generatie die hen thuis opvangt, terwijl ook hun leven gewoon verder gaat. Want uiteindelijk gaat woningnood niet alleen over het tekort aan huizen. Het gaat ook over de vrijheid om je eigen leven te leiden, en over de ruimte die mensen nodig hebben om samen te leven zonder elkaar onbedoeld in de weg te zitten.
100% realiteit!
Mooi geschreven Marjolijn