Het leven van mijn overgrootmoeder Geertje

Nu mijn zoektocht bijna ten einde is,  wil ik hier een chronologische vertelling maken van het leven van mijn overgrootmoeder.

Anna Maria Geertruida werd geboren op 9 januari 1886 in Vinkeveen als achtste kind, drie daarvan zijn voor haar komst al overleden. Na haar worden nog vier kinderen geboren, waaronder een tweeling waarvan er één na 17 dagen overlijdt. Ze groeit die eerste jaren dus op met vier zusjes en drie broertjes. Het overlijden van één van de tweelingbroertjes krijgt ze waarschijnlijk niet bewust mee, ze is dan ruim 2,5 jaar oud. Alle kinderen worden geboren in Vinkeveen, volgens het adres wonen zij naast oma van vaders kant, opa was al overleden.

Geertje groeide op in een arm gezin. Haar vader was een veenman in Vinkeveen. Veen, of turf, diende in die tijd vooral als brandstof. Het was hard werken. De arbeidscontracten in die tijd zaten ook wat anders in elkaar dan tegenwoordig. Kennelijk zat Geertje’s vader zonder werk in die tijd en kon hij in de binnenstad van Utrecht aan de slag als tapper. Het gezin met zeven kinderen en moeder die zwanger was, toog in april 1890 naar Utrecht om zich in de Haverstraat te vestigen op nummer 136. Vader werkte dus waarschijnlijk in een café, stel ik mij zo voor, of in een slijterij of iets dergelijks.

In mei van dat jaar (1890) werd een dochter geboren in Utrecht: Geertruida Anna. Niet veel later, in januari 1891, verhuisde het gezin binnen Utrecht naar de Markstraat I 48. En daar begon de ellende. Amper twee weken in hun nieuwe woning overlijdt begin februari baby Geertruida Anna, 8 maanden oud. Drie weken daarna overlijdt het broertje onder Geertje, bijna vier jaar oud. Die zomer overlijdt de oma van vaders kant in Vinkeveen, op 75-jarige leeftijd. De winter erna overlijdt begin februari de moeder van het gezin in Abcoude, als haar woonplaats wordt wel Utrecht vermeld, maar ze verbleef kennelijk in Abcoude, vermoedelijk bij familie. Een week daarna overlijdt het zusje boven Geertje, in Utrecht. Ze wonen nog steeds officieel in Utrecht als op 5 juli de oudste dochter, Alida Theodora, op 14-jarige leeftijd overlijdt, in Abcoude. Vermoedelijk zijn ze aan cholera overleden. Ik denk dat het gezin na het overlijden van het zusje in februari al naar Abcoude is vertrokken. Wellicht woonde vader nog wel in Utrecht, om te werken en uit te zien naar een baan in Abcoude. Op 18 juli 1892 wordt het hele gezin in Utrecht uitgeschreven, ze vertrekken naar Abcoude.

Zo werd het gezin van 8 kinderen en twee ouders in anderhalf jaar tijd gehalveerd tot een gezin van een vader met vier kinderen, de oudste tien jaar, de jongste nog geen vier. Geertje was ruim zes jaar op dat moment, en wat een enorme verliezen had zij toen al geleden!

In februari van het jaar 1900 overlijdt dan als klap op de vuurpijl Geertje’s vader, 47 jaar. De vier kinderen blijven verweesd achter, Geertje is dan 14, haar zus 18 en de broers 17 en 11 jaar.

Na het overlijden van moeder is er, logischerwijs, al van alles veranderd. Vader moest natuurlijk gewoon werken en kon het gezin niet ook nog draaiende houden. De zus ging naar een oudere halfzus van haar moeder, een soort halftante dus en de oudste broer ging naar een halfoom. Het jongste broertje wordt vlak voor het overlijden van de vader ook ingeschreven op het adres van de halfoom. Geertje wordt geplaatst bij een jongere broer van haar moeder, Adrianus Leonardus van Lammeren. Hij en zijn vrouw hebben, voor zover ik kan vinden, één dochter die drie jaar ouder is dan Geertje.

Zij hebben haar opgevangen van begin 1900 tot eind 1905. In november 1905 werd ze ingeschreven in Amsterdam, ze was toen bijna 20 jaar oud. In juni 1906, ruim een half jaar later, vertrok ze naar Alkmaar. In Amsterdam had ze gewerkt als dienstbode op de Singel 468 bij de familie Allgauer (Duitse naam, net als Geertjes achternaam!) en daarna op de O.Z. Voorburgwal 88 bij de familie Brinkhof. Ook in Alkmaar heeft ze maar een half jaar gewerkt, aan de Kennemerstraatweg 99 bij de familie Hemming (als ik het goed lees). In december 1906 kwam ze terug naar Amsterdam, dit keer bleef ze tot juli 1908, anderhalf jaar dus en werkte bij de familie Boogaerts aan de Ceintuurbaan 292 en bij de familie Hulshof aan de Rozengracht 12. Daarna vertrok ze voor bijna twee jaar naar Abcoude om op 30-4-1910 weer terug te keren naar Amsterdam. Ze werkte daar tot haar huwelijk in mei 1912, bij de familie Verhagen aan de Haarlemmerstraat 47.

Op 2 mei 1912 trouwt Geertje met Anthonius Henricus, Toon, Meijer, in Abcoude-Proostdij. Ze is dan 26 jaar oud. Toon is klompenmaker, net als zijn vader. Hoe zij elkaar hebben leren kennen? Daar kom ik vermoedelijk nooit achter, maar Geertje had natuurlijk nog veel familie in Abcoude en zal er dus regelmatig zijn teruggekeerd.
Ruim een jaar later wordt de eerste dochter geboren die vernoemd wordt naar de beide oma’s: Adriana Anna, roepnaam Janie. De oom en tante die haar hebben opgevangen, heetten Adrianus en Anna, dus het kan ook een dubbele vernoeming zijn! Ruim tien maanden daarna volgt een zoon, Theodorus Cornelis, inderdaad, naar beide opa’s. Hij overlijdt 8 weken later. Een kleine twee jaar daarna volgt nog een dochter, Anna Adriana (heel veel fantasie hadden ze kennelijk niet) en nog datzelfde jaar, 1916, in december, volgt mijn oma, Cornelia Theodora (ja ja, naar beide opa’s!). Eind januari 1918, nu precies 100 jaar geleden, kreeg ze een tweeling, twee jongens waarvan er één na 11 dagen overlijdt, eigenlijk dus precies zoals het bij haar moeder is gebeurd. Ze heetten Theodorus Bernardus en Cornelis Johannes (met hun eerste namen naar hun opa’s!). Eind november 1919 volgt nog een dochter, Johanna Antonia, Jopie. Het jaar erop, in augustus 1920 is Geertje weer zwanger als haar derde kind, Anna Adriana overlijdt. Volgens de overlijdensakte is zij niet in huis overleden. Volgens een krantenknipsel waarop ik geattendeerd werd, is zij verdronken. Begin februari 1921 bevalt ze van een dochter die dezelfde naam krijgt als haar zus die een half jaar eerder overleed, Anna Adriana. Het noodlot slaat weer toe: twee weken na de geboorte van deze dochter overlijdt Geertje, 35 jaar oud, in het kraambed.

Mijn overgrootvader ligt begraven op de kleine begraafplaats achter de katholieke kerk in Abcoude, Geertje ligt daar niet meer, die was 55 jaar voor hem al overleden. Wel is het vrij zeker dat zij ook op deze begraafplaats gelegen moet hebben, net als de drie jonge kinderen die zij verloor. Het archief van de kerk is helaas verloren gegaan. Op de grafsteen van mijn overgrootvader wordt zij wel vermeld. Ik heb deze begraafplaats bezocht en wat rondgekeken in Abcoude, de plaats waar zij zoveel voetstappen heeft liggen. Het was goed om dit even zo te beleven. Ik heb een kaarsje bij het graf, dat ik ook maar als haar graf beschouw, neergezet. Ik denk dat het fijn is als er 97 jaar na je overlijden door een achterkleinkind een kaarsje ter nagedachtenis voor je wordt neergezet. Ze is niet vergeten.

(Visited 26 times, 1 visits today)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *