Kennen en kunnen

Toevallig kwam ik hem vandaag weer tegen op Facebook, in een commentaar op een post. “En ze kunnen hem niet eens!” Tja… Er is een groep mensen die het werkwoord ‘kunnen’ zien als een soort nette vorm van ‘kennen’. Heel apart. Het zijn natuurlijk twee compleet verschillende werkwoorden met ook een heel andere betekenis.

Ik kan het niet laten om te reageren op zo’n opmerking en toen ik erover na zat te denken wat de verschillen zijn tussen deze twee werkwoorden, viel mij iets op.

Kunnen geeft vaak een lichamelijke vaardigheid aan. ‘Ik kan fietsen’ of ‘ik kan goed voetballen’, ‘ik kan de boodschappen wel even doen’. Maar ook: ‘kunnen wij dit even regelen?’ geeft een beweging aan, een soort fysieke actie.

Kennen zit veel meer in je hoofd, heeft met kennis te maken (niet met ‘kunnis’!). ‘Ik ken hem’, je weet hoe hij is, ‘ik ken de weg naar de ijssalon’ en ‘ik ken Frankrijk goed’. Het heeft allemaal met kennis te maken, kennis van de wegen, van een land, van een persoon, en dat zit allemaal in je hoofd. Wellicht is dit een handig ezelsbruggetje voor degenen die moeite hebben ‘kennen’ en ‘kunnen’ uit elkaar te houden. Kennis komt van kennen en kunde van kunnen, eigenlijk geven die twee woorden al heel duidelijk de scheidslijn aan!

Het lijkt me lastig om zo onzeker te zijn over een taal dat als je iets opschrijft, je op de gok een keuze voor een woord moet maken. Dat je het werkwoord ‘kennen’ niet durft te gebruiken omdat je denkt dat het een platte vorm van ‘kunnen’ is, dat  ‘kennen’ dus eigenlijk dialect is, of plat praten. Natuurlijk wordt ‘kennen’ wel gebruikt als een platte vorm van ‘kunnen’. ‘Ken je ff komen?!’ of ‘dat kenne ze nie’. Dat in dit geval ‘kunnen’ wordt bedoeld, lijkt me duidelijk.

Als je je in een omgeving bevindt waar op deze manier gepraat wordt, kan ik me voorstellen dat je beide werkwoorden samenvoegt tot één, want ‘kennen’ en ‘kunnen’ verschillen behoorlijk in betekenis, maar toch ook weer niet zoveel dat direct duidelijk is dat het om twee verschillende werkwoorden gaat.

(Visited 6 times, 1 visits today)

Eén reactie

  1. Tsja, ik kom uit het Westland, Maasdijk (gemeente Naaldwijk). Onze taal werd behoorlijk beinvloed door Rotterdam, zelfs zo erg dat, als je ABN Nederlands praatte, je werd uitgemaakt voor, op z’n Rotterdams, “capsoneslijer’. Je moet zeggen ‘ik kan hem ook’ i.p.v. ‘ik ken hem ook’ of ‘Ik ga even leggen’ i.p.v. ‘ik ga even liggen’.
    Hoewel ik het stug volhoud om ABN te praten (lullen), moet ik er in mijn familie toch een beetje mee oppassen, ik blijf een buitenbeentje.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *